Riksdaglinken




|
|
Factsheet

Politiek
Naam land |
Zweden |
Regeringsvorm |
Constitutionele
parlementaire monarchie |
Staatshoofd |
Premier Goran Persson |
Geografie
Oppervlakte |
449.964 km 2 (10,8 x Nederland) |
Hoofdstad |
Stockholm |
Tijdsverschil |
geen |
Bevolking
Bevolkingsaantal |
9,0 miljoen inwoners (2005) |
Bevolkingsgroei |
0,4 procent (2003-2004) |
| Bevolkingsdichtheid |
20 inwoners/vierkante kilometer |
Taal |
Zweeds, (door minderheden Fins en Laps) |
Religie |
90 procent luthers |
Economische indicatoren
BBP |
240.9 miljard US dollar (2002) |
BBP per hoofd van de bevolking |
261.962 SEK (26.950 US dollar) (2002) |
Reële
groei BBP |
1,8 procent t.o.v. voorgaande jaar
(2002) |
Stijging consumentenprijzen |
1,9 procent t.o.v. voorgaande jaar
(2003) |
Munteenheid |
Zweedse Kroon (100 kroon = 10,95 euro) |
Buitenlandse handel
Totale invoer in Zweden |
70.415 miljoen euro (2003) |
Totale uitvoer uit Zweden |
85.922 miljoen euro (2003) |
Uitvoer uit Nederland naar Zweden |
4.579,2 miljoen euro (2003) |
Invoer in Nederland uit Zweden |
4.047,8 miljoen euro (2003) |
Voornaamste handelspartners |
invoer uit: Duitsland,
Denemarken, UK, Nederland, Noorwegen
uitvoer
naar: USA, Duitsland, Noorwegen, UK |
Zweedse systemen
Metrisch stelsel |
zelfde als in NL. 1
Zweedse mil is 10 kilometer |
Elektriciteit |
220/230 V, zelfde stekkers.
Voor lampen kunnen nog wel eens verouderde stekkers gemonteerd
zijn. |
Telefoon |
telefoons werken in
Zweden ook, alleen is er een andere stekker. |
|

Telefooncontact
|
Bevolking
Bevolkingsgroei en leeftijdsopbouw
Ondanks de grootte van het land wonen er slechts 8,98 miljoen
mensen (mei 2004) in Zweden. Het is daarmee een van de dunst bevolkte
landen van Europa. Sinds 1990 groeit de bevolking met minder dan 1 procent
per jaar. Verwacht wordt dat de bevolking in de periode 2004 tot 2010
met iets meer dan 0,3 procent per jaar zal groeien. Een groot deel van
de bevolkingsgroei wordt veroorzaakt door de toename van het aantal immigranten,
waarvan een aanzienlijk deel vluchteling is uit het voormalige Joegoslavië.
Ook komen er immigranten uit Iran, Turkije, Chili en Libanon. In 2003
was 12 procent van de Zweedse bevolking buiten Zweden geboren. Veranderingen
in geboorte- en sterftecijfers hebben ertoe geleid dat de nationale bevolkingsopbouw
is gewijzigd. Het aantal personen dat de pensioengerechtigde leeftijd
bereikt, zal naar verwachting de komende drie decennia vrij snel stijgen.
Naar verwachting zal 25 procent van de bevolking in 2040 ouder zijn dan
65 jaar (tegen 17,1 procent in 2003).
Spreiding bevolking
De verschuiving van een agrarische naar een industriële
samenleving begon in Zweden in de tweede helft van de negentiende eeuw,
toen de buitenlandse vraag naar ijzer en houtproducten, de bouw van een
nationaal spoorwegnet en de mechanisatie van de landbouw een snelle groei
van de economie bewerkstelligden. De industrialisatie veroorzaakte een
verschuiving van werkgelegenheid en bevolking van het platteland naar
de stedelijke gebieden rond het spoorwegnet. Meer dan 80 procent van
de bevolking woont in stedelijke gebieden. In de drie grootste stedelijke
agglomeraties, Stockholm (1.860.872), Göteborg (810.372) en Malmö (532.674)
woont ongeveer een derde van de Zweedse bevolking. Ongeveer 75 procent
van de gemeenten in Zweden heeft minder dan tweeduizend inwoners. De
gemiddelde bevolkingsdichtheid in Zweden is 20 inwoners per km 2 , variërend
van 284 in de regio Stockholm tot 3 in het noorden.
Beroepsbevolking
De werkloosheid in Zweden bedroeg 5,3 procent van de beroepsbevolking
in mei 2004. Een jaar eerder bedroeg deze nog 4,2 procent. Bijna de helft
(48,2 procent) van de totale beroepsbevolking (4,2 miljoen) is vrouw.
Van de vrouwen werkt 35 procent in deeltijd (minder dan 35 uur) terwijl
van de mannen 10 procent in deeltijd werkt.
Religie
Van de totale bevolking is ongeveer 90 procent lid van de Lutherse
staatskerk, ook wel 'Zweedse Kerk' genoemd. Ieder kind dat in Zweden
geboren wordt, is automatisch lid van de staatskerk. Hoewel bijna iedere
Zweed op papier lid is van deze kerk, zijn de actieve participatie en
kerkgang in de Zweedse Kerk erg laag. In de 'vrije kerken', zoals de
pinkstergemeenten, de hervormde kerk (missions kyrka), het Leger des
Heils en de baptistengemeenten, zijn betrokkenheid en participatie veel
hoger, maar deze kerken zijn in verhouding tot de Zweedse staatskerk
klein.
Taal
De officiële taal in Zweden is het Zweeds. De standaardtaal
is voornamelijk gebaseerd op het dialect dat in het gebied rond Stockholm
gesproken wordt. In de verschillende regio's worden ook andere dialecten
gesproken (bijvoorbeeld Dalmål in Dalarna in het midden van Zweden
en Skånsk in het vlak bij Denemarken gelegen Skåne). De dialecten
kunnen zelfs per dorp verschillen. Soms ga je 3 mil naar het noorden
en dan versta je de mensen al niet meer.

Bestuurlijke organisatie
Politiek
Zweden heeft een constitutionele, parlementaire monarchie. Sinds 1973 staat
koning Carl XVI Gustaf aan het hoofd. De koning heeft geen politieke macht
en neemt vrijwel niet deel aan de politiek. Hij vertegenwoordigt de natie
en is volgens de grondwet het staatshoofd. In deze functie voert hij slechts
ceremoniële taken uit als de officiële vertegenwoordiger van Zweden.
Het parlement (de Riksdag) heeft een kamer met 349 leden die direct worden
gekozen volgens een proportioneel kiesstelsel voor een periode van vier jaar.
Er is een kiesdrempel van 4 procent. De zeven partijen die op het ogenblik
in het parlement vertegenwoordigd worden zijn:
- de Sociaal-Democratische Partij (Socialdemokratiska Arbetare Partiet)

- de Moderaten (Moderata Samlingspartiet)

- de Liberale Partij (Folkpartiet Liberalerna)

- de Christen-Democratische
Partij (Kristendemokratiska Samhällspartiet)

- de Linkse Partij
(Vänsterpartiet)

- de Centrumpartij (Centerpartiet)

- de Groen-Linkse
Partij (Miljöpartiet)

De politieke partijen zijn goed georganiseerd, zowel binnen als buiten
het parlement. De grootste partij, de Sociaal-Democratische Partij, is
nauw verbonden met de vakbondbeweging (LO), die een aantal sociaal-democratische
vertegenwoordigers in het parlement heeft. De afgelopen decennia hebben
de sociaal-democraten vaak de meerderheid in het parlement gehad en ook
de regering gevormd.
Bij de verkiezingen van september 2006 zijn de sociaal-democraten hun
jarenlange macht als regeringspartij kwijtgeraakt aan de oppositie. De
premier zal geleverd worden door de Moderaterna.
Daarnaast zijn er
op provinciaal niveau ook nog een heleboel politieke partijen vertegenwoordigd.
Voor een overzicht hiervan: .
Staatsindeling
De wetgevende macht ligt bij de politieke partijen die in het parlement
vertegenwoordigd zijn. De uitvoerende macht berust bij de regering.
Zweden kent 10 ministeries en 22 ministers. De ministeries zijn in
Zweden klein, met in het algemeen niet meer dan honderd medewerkers
(inclusief administratieve staf). Ze houden zich hoofdzakelijk bezig
met beleidsvorming. De praktische invulling en uitvoering van het
beleid worden gedelegeerd naar de ongeveer honderd 'administratieve
agentschappen'. Deze agentschappen hebben een directeur-generaal,
die aangewezen wordt door de regering, in het algemeen voor een periode
van zes jaar. De agentschappen zijn verplicht om direct met elkaar
samen te werken, zonder de tussenkomst van de ministeries. Vanwege
hun onafhankelijke positie worden de agentschappen geacht voorstellen
te doen aan de regering over de invulling van het regeringsbeleid.
Op basis van hun praktische ervaring komen ze vaak met amendementen op wetten
en regelgeving van regering en parlement.
Naast de agentschappen spelen de provincies (County Administrations) en gemeenten
een grote rol in de uitvoering van het regeringsbeleid. Iedere provincie
heeft een gekozen provincieraad, die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor
de gezondheidszorg in de provincie.
De gekozen gemeenteraden heffen ook inkomsten- en onroerendgoedbelasting
en zijn verantwoordelijk voor openbare diensten als scholen, kinder- en ouderenzorg,
huisvesting, cultuur en sportactiviteiten. De gemeenten in Zweden hebben,
in vergelijking met die in andere landen, een grote vrijheid om openbare
diensten aan te bieden in de vorm en op de wijze die zij willen. Tegelijkertijd
zijn zij door wetten en regelgeving verplicht om een aantal basisdiensten
aan te bieden, waarvoor zij echter subsidies krijgen van de nationale regering.
(Bron:
EVD)
|
|
|